Manuscript - 2
2
I. Het verhaal
Inleiding
In de nacht van 10 op 11 april 1934, verdwenen twee panelen uit één van
’s werelds grootste kunstwerken: de aanbidding van het Lam Gods
van de gebroeders Van Eyck.
Nadat één der panelen, de grisaille van St-Jan, teruggevonden werd, bleef
het tweede en meest waardevolle, de Rechtvaardige Rechters, tot op heden
onvindbaar.
1. De aanzet
Ontelbare vragen over hoe, waarom en vooral waar, hebben de afgelopen
70 jaar voor evenveel kopbrekens en speculaties gezorgd.
Over de vraag wie het bewuste paneel verborgen heeft, kan men redelijkerwijze
de vinger naar Arsène Goedertier duiden. Zijn laatste (?) woorden volgens
advocaat Georges De Vos waren immers: “Ik alleen op gans de wereld
weet waar het ‘Lam Gods’ is…”
Daarbij komt de vondst van de doorslagen van de afpersingsbrieven in de
lade van AG’s bureau, naar aanleiding van zijn aanwijzingen: “Het
dossier van heel die zaak zult gij vinden in mijn klein bureel in de schuif
rechts van de schrijftafel in een omslag ‘Mutualité’.”
Arsène Goedertier, bijna 58 jaar oud, had zich altijd laten fascineren
door het oplossen van mysterieuze (mis)daden. Vooral dan de geestelijke
krachtmeting om in de voetsporen van de dader(s) te treden, het probleem
op te lossen en de eer op te strijken een ‘meesterbrein’ te
zijn.
Wat als spel begonnen was, is zich in de loop der jaren gaan ontwikkelen
tot een gewoonte, een automatisme.
Waar hij ook kwam, nam hij steeds alles aandachtig in zich op en werkte
ter plaatse of een poos later als hij alleen was, verschillende scenario’s
uit. Het moet een solitair spelletje van hem zijn geweest, om alles te
bekijken door de ogen van een mogelijke misdadiger.
Niet de brute crimineel van moord en doodslag, maar de ‘gentleman’-dief.
Zelfs het woord ‘dief’ zal nog te sterk in zijn oren geklonken
hebben. Daarom heeft hij de grisaille van St-Jan ook zo spoedig mogelijk
laten terugbezorgen. Hij voelde zich hierdoor totaal gezuiverd van alle
blaam. Ook door ervoor te zorgen dat het tweede paneel in de St-Baafskathedraal
bleef, zij het enkel ‘verplaatst’, sprak hem vrij van het
woord ‘dief’.