Manuscript - 7
7
We weten
dat AG beter de franse taal kon spreken dan schrijven. Als we de reeks
woorden niet geschreven maar als gesproken beschouwen, dan geeft ons dat
het volgende:
Oiseau en jeux
pélérines ni n’a gens sans saint quand eux arrêtent penser. |
|
sang |
| Of vrij vertaald:
| - de vogel waarover
het gaat (de H Geest op het Lam Gods)
- heeft niet
- mannen zonder heilige (RR zonder St-Jan)
mannen van het Heilig Bloed (RR)
- wanneer
- zij
- stoppen
- (met, te) denken.
|
|
Moet men dus verder denken over het enige spoor dat achtergelaten werd,
namelijk dat stom eindje touw?
We mogen er van uitgaan dat AG op het doksaal is geweest. Hij bezat een
sleutel die toegang verleende. Het doksaal is mogelijk ook de plek waar
hij zich tijdelijk heeft schuilgehouden. Maar heeft hij de RR daarboven
ook verborgen, ergens tussen of achter geschoven?
Met dat stom eindje touw in mijn achterhoofd, denk ik van niet. AG las
graag detectiveromans. Hij bewonderde mannen als Arsène Lupin van
Maurice Leblanc en boeken als ‘La chasse au papier’ van Hearnden/Balfour,
prikkelden zijn fantasie. Uit dit laatste werk komt volgende passage:
“Het schilderij werd verborgen in een kast met valse bodem. Toen
men de bodem opende, zag men het schilderij hangen aan een touw.”
Met dit gegeven komt AG’s bezoek aan het doksaal in een ander licht
te staan: hij zou de hoogte opgezocht hebben om RR ergens in, tussen of
achter te kunnen laten zakken, op een schijnbaar onmogelijk te bereiken
plek. Het bewuste paneel kan inderdaad op deze wijze neergelaten zijn.
Twee mogelijkheden komen me voor de geest: ofwel rust het paneel nu ergens
op ofwel hangt het ergens achter. Deze laatste mogelijkheid lijkt me de
meest waarschijnlijke. Wanneer het touw zou rotten en doorbreken, valt
het paneel naar beneden en wordt alzo beschadigd of zelfs vernield.
|
« Vorige | Volgende »
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8