Manuscript - 3
3
Al wat er volgens
hem overbleef als betichting was afperser. Maar ook hier wist hij zich
uit te draaien: hij wou het geld in de eerste plaats niet voor zichzelf,
maar om recht te maken wat krom was, om anderen (financieel) te helpen.
Hij beschouwde zichzelf meer als een soort Arsène Lupin, een Robin Hood.
Echter niet voor de gewone mensen, maar vooral voor belangrijke families,
die door financiële moeilijkheden dreigden in opspraak te komen.
Hier zou hij zich kunnen opwerpen als de redder in nood, de man die belangrijk,
ja zelfs onmisbaar was. Dat het hier natuurlijk om een lening ging en
AG er zelf ook van zou profiteren, was van ondergeschikt belang. Er zullen
vermoedelijk ook wel persoonlijke belangen een rol gespeeld hebben, waaronder
een bestaanszekerheid op te bouwen voor zichzelf en zijn gezin. Zijn hoofddoel
moet haast zeker zijn financiële hulp aan derden geweest zijn. Had hij
misschien reeds beloften in die zin gedaan en was er voor hem geen weg
meer terug?
Met zekerheid zullen we dit wellicht nooit weten, maar het zou wel kaderen
in het portret van iemand die vooral op zoek was om geprezen te worden
door mensen van aanzien, die in het middelpunt van de belangstelling wou
staan. Het is dan ook best mogelijk dat de penibele financiële situatie
van een familie met aanzien de aanzet is geweest voor AG om één van zijn
talrijke ‘scenario’s’ daadwerkelijk uit te voeren. Mogelijk
achtte AG de wereldlijke en kerkelijke instanties hiervoor verantwoordelijk
en deed dit hem het Lam Gods als doel kiezen.
2. De uitvoering
Hij zou het doen. Zijn
beslissing stond vast. Maar het moest een meesterlijke stunt worden. Geen
alledaagse klus, maar iets dat de hele wereld verstomd zou laten staan.
Een getuigenis van vernuft, durf en moed. De geviseerde instanties zouden
hem één miljoen betalen voor iets dat steeds in hun bezit was gebleven.
Zij zouden één miljoen betalen voor iets dat nooit gestolen was. Wat een
hilariteit!
Hij had de plaats reeds verkend en het losmaken van de schilderijen zou
niet al te veel werk vergen. “Dat is eenvoudig. Ge steekt u weg
in een biechtstoel en ge wacht tot het donker is. Ge maakt vier vijzen
los en het is gebeurd. Het gaat om twee planken. Ge doet een deur open
waarbij ge van binnen altijd naar buiten kunt gaan.” vertelde AG,
drie dagen na de diefstal tegen een Wetterse wisselagent die met hem op
de trein naar Brussel zat.
Maar eens de panelen losgemaakt, waar zou hij dan het belangrijkste verbergen?
Tientallen plekken waren reeds de revue gepasseerd, de ene al gedurfder
dan de andere. AG moet zich supermachtig gevoeld hebben wanneer hij tussen
al die onwetende kerkgangers, kalm en rustig, alle mogelijke bergplaatsen
bekeek en in zich opnam.