Dagboek - 11
11
De reacties ’s avonds verbazen me enigszins, maar maken de kwelling
alleen maar groter. De beoordelingen van het ‘voorwerp’ op
de foto gaan van ‘fifty-fifty’ tot ‘dadelijk gaan kijken’.
Ik weet me echt geen raad meer. Het is té ongelooflijk en té
toevallig om waar te zijn. Gedurende 70 jaar zou dit niemand opgevallen
zijn, zelfs mij niet toen ik die bewuste plek in mijn zoeker had toen
ik de foto nam.
De onwaarschijnlijkheid weegt zwaar door op de balans,… maar aan
de andere kant is er de foto én de twijfel. Het zou natuurlijk
altijd kunnen dat het ‘voorwerp’ van op de grond nauwelijks
waarneembaar is en het maar dankzij de sterke cameralens en het digitaal
vergroten, uiteindelijk zichtbaar is geworden.
Hoe ik het ook draai of keer, de onzekerheid is té groot. Het is
en blijft een kans om het hoofdstuk, of liever het dossier, voorgoed af
te sluiten.
Het verdict is gevallen: ik zal gaan. Toevallig heb ik de volgende dag
reeds lang op voorhand als vrije dag ingepland. Al het benodigde materiaal
wordt klaargezet en de wekker op een onchristelijk uur. De rit naar Gent
via de E17 op een vrijdag schrikt me wel af, maar ik zal vertrekken op
06u45 en hoop de files daarmee te kunnen ontlopen.
Gent, 30 april 2004
Het is 07u20 wanneer ik de nog deels slapende binnenstad bereik. Overal
parkeer- plaats zat en het is helemaal geen probleem om mijn wagen in
de Henegouwenstraat te plaatsen, op nog geen vijftig meter van de kathedraal.
Het is natuurlijk nog veel te vroeg om de kerk te betreden en ik besluit
de tijd door te brengen in Brasserie ’t Vosken. Na een vriendelijke
groet, wordt mijn eerste koffie gebracht. Onnodig te beschrijven hoe de
zenuwen door mijn lijf gieren. Voordurend zeg ik tegen mezelf dat er maar
een héél klein waterkansje is om het paneel te ontdekken
en zelfs dàt is twijfelachtig.
Een tweede koffie wordt opgediend en de wijzers van de klok boven de toog
kruipen langzaam naar half negen. Drie minuten voor en plots beginnen
de klokken van de kathedraal te luiden. Volle 15 minuten luiden ze om
te zeggen dat het mijn beurt is.
Met bonzend hoofd en een draaierige maag stap ik op en bedenk dat die
twee tassen koffie misschien toch niet zo’n goed idee waren.
Bij het binnengaan van de kathedraal,
moet ik mezelf vermanen om niet te haastig te zijn en naar voor te lopen.
Terwijl ik de hoogkerk nader, hoor ik kerkelijk gezang. Dan pas merk ik,
totaal verbaast, dat de hoogkerk voor bezoekers is afgesloten en dat er
aan het hoofdaltaar een H. Misviering bezig is. Dit ontlokt me een binnensmondse
krachtterm, die hier zeker niet op zijn plaats is!
Ten langen leste besluit ik dan maar plaats te nemen op de voorste rij
stoelen in de benedenkerk en de eredienst gelaten te volgen.
Dit heeft, ongelooflijk genoeg, een sterke, kalmerende invloed op me.
Van de gelegenheid gebruik makend, neem ik nog een paar foto’s van
het orgel en het doksaal.
9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34