U bevindt zich hier: Home > Dagboek tekst

Dagboek - 28

28


In de loop van mijn onderzoek werden me al ontelbare vragen gesteld. De meest voorkomende zijn: “Waarom zoekt ge in Sint Baafs?” en “Is Goedertier volgens u de dief?”. De eerste vraag kan ik slechts beantwoorden na de tweede. Van bij de aanvang van mijn interesse werd ik getroffen door de bekentenis van Arsène Goedertier op zijn sterfbed aan advocaat De Vos: “Ik alleen weet waar ‘Het Lam Gods’ zich bevindt…”. Dezelfde aard van uitspraak vinden we ook terug in diverse van de afpersingsbrieven, waarvan de copies zich bij Goedertier bevonden. Voor mij impliceert dit dat Goedertier het paneel zelf verborgen heeft. Is hij een dief? Als hij het paneel inderdaad verborgen heeft, dan is hij volgens de strikte letter van de wet ook een dief. Hij had de vindplaats kunnen meedelen, maar verkoos er losgeld voor de vragen, wat zeker strafbaar is. Is Goederdier volgens mij een dief? Kort en bondig: neen!

Lang voor er in de media en de TV feuilletons sprake was van ‘profilers’ heb ik me trachten te concentreren op de persoon van Goedertier. Het was me opgevallen dat er veel raakvlakken waren tussen Goedertier en mezelf. Niet alleen de gestalte –en later ook de leeftijd- maar niet in het minst de manier van denken. Naarmate ik ouder werd, was het ook steeds gemakkelijker om de mens Goedertier te begrijpen. De hele zaak was voor hem eigenlijk één grote grap. Pas nadien zijn er voor hem onvoorziene gebeurtenissen opgedoken, die het geheel een totaal andere wending gaven. Persoonlijk denk ik dat de bedoeling van de diefstal helemaal niet de afpersing of het losgeld betrof, maar het aantonen van de ontoereikende beveiliging van het Lam Gods.

De verontwaardiging van Goedertier, dat Kerk noch gerecht enige moeite ondernamen om zijn raadgevingen op te volgen en de kunstschat bij uitstek, beter te beveiligen. Volgens mij was het zijn plan om eerst de speurders – tevergeefs - te laten zoeken, tot ze openlijk moesten toegeven dat het paneel onvindbaar was. Pas dan kon Goedertier als amateur detective op het voorplan treden en als een echte Arsène Lupin het mysterie oplossen. Daarom begint Goedertier al de dag na de ontdekking van de diefstal met – aan ieder die het horen wil – zichzelf voor te dragen als de man die het raadsel kan oplossen. Het is pas nadat zijn echtgenote hem zegt hiermee op te houden, dat hij zwijgt.

Op 28 april 1934 schaft Goedertier zich een draagbare schrijfmachine Royal aan onder de valse naam Van Damme. Twee dagen later wordt de eerste D.U.A.-brief aan het bisdom Gent gestuurd. Wat heeft zich tussen 10 en 28 april 1934 voorgedaan, dat Goedertier besluit om van zijn oorspronkelijk idee af te wijken en losgeld te vragen? Vanwaar die plotse nood aan één miljoen? Zoals zoveel facetten van deze zaak wellicht nooit opgehelderd zullen geraken, kunnen we ook hierover enkel gissingen maken.


« Vorige  |  Volgende »